
Een bedrijf dat groeit, opent een tweede locatie. Op de website komt er dan vaak een regel bij in de footer: “Ook in Amersfoort.” Een jaar later zijn er vier vestigingen, staan de openingstijden op drie plekken net anders en belt een klant naar het verkeerde nummer. Wie meerdere vestigingen op de website wil tonen, heeft vooral een goede structuur nodig. In dit artikel loopt u stap voor stap door hoe u die opzet, voor twee vestigingen of voor twintig.
Stap 1: besluit of het één website wordt
Voor de meeste bedrijven is één website met een pagina per vestiging de beste keuze. U bouwt één keer aan de naam van het bedrijf, de diensten hoeven maar één keer beschreven te worden, en het onderhoud blijft overzichtelijk. Twee aparte sites zijn alleen logisch als de vestigingen echt verschillende bedrijven zijn, met een eigen naam, eigen aanbod en een eigen doelgroep. Voor kapsalons hebben we die afweging uitgewerkt in een tweede vestiging: één website of twee?; de redenering geldt voor andere branches net zo.
Stap 2: maak een overzichtspagina en een pagina per vestiging
De basisstructuur is eenvoudig:
- Een pagina “Vestigingen” met alle locaties op een rij, met plaats, adres en een link naar de vestigingspagina.
- Per vestiging een eigen pagina, met een korte, herkenbare URL, bijvoorbeeld
/vestigingen/amersfoort/. - In het hoofdmenu één item “Vestigingen”, niet alle locaties los. Bij meer dan vijf locaties is een zoekveld op postcode of plaats handig.
Stap 3: bepaal wat er op elke vestigingspagina komt
Een vestigingspagina moet zelfstandig te lezen zijn, want veel bezoekers komen er rechtstreeks via Google op binnen. Wat erop hoort:
- Naam, adres en telefoonnummer van die vestiging, als tekst, niet in een afbeelding.
- Openingstijden, inclusief afwijkingen rond feestdagen.
- Route, parkeren en bereikbaarheid met het openbaar vervoer.
- Wie er werkt, of in elk geval de vestigingsmanager of het vaste aanspreekpunt.
- Welke diensten op deze locatie wel of niet worden aangeboden, als dat verschilt.
- Een foto van de buitenkant en de ingang, zodat mensen het pand herkennen.
- Een kaart of routelink. Hoe u een kaart plaatst zonder privacygedoe, staat in Google Maps op uw website.
Stap 4: voorkom tien keer dezelfde tekst
De verleiding is groot om één vestigingspagina te schrijven en die voor elke locatie te kopiëren met een andere plaatsnaam. Zoekmachines zien dat, en bezoekers ook. Schrijf per vestiging een paar alinea’s die echt over die plek gaan: sinds wanneer u er zit, wat de buurt kenmerkt, wat er anders is aan die locatie (een grotere showroom, een eigen werkplaats, een gespecialiseerd team). De algemene informatie over uw diensten staat op de dienstpagina’s; daar linkt u naar in plaats van ze te herhalen.
Stap 5: beheer de gegevens op één plek
Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Het telefoonnummer van een vestiging staat op de vestigingspagina, in de footer, op de contactpagina en in het overzicht. Verandert het, dan wordt het op twee van de vier plekken aangepast. Laat de bouwer daarom de vestigingsgegevens als vaste velden per vestiging opslaan: één keer invullen, overal automatisch hetzelfde tonen. In WordPress kan dat met een eigen berichttype voor vestigingen met velden voor adres, telefoon en openingstijden. Dan past de vestigingsmanager zijn eigen gegevens aan, en kloppen alle pagina’s tegelijk.
Zo’n opzet maakt ook gestructureerde gegevens per vestiging mogelijk: de technische opmaak waarmee zoekmachines adres, telefoon en openingstijden van een locatie herkennen.
Stap 6: koppel elk Google Bedrijfsprofiel aan de juiste pagina
Volgens de richtlijnen van Google mag elke bedrijfslocatie één profiel hebben, en moet er tijdens de openingstijden personeel aanwezig zijn op die locatie. De website die u in het profiel invult, moet die afzonderlijke locatie vertegenwoordigen. Laat het profiel van de vestiging in Amersfoort dus naar de pagina /vestigingen/amersfoort/ wijzen, niet naar uw homepage. Zorg dat naam, adres en telefoonnummer in het profiel precies overeenkomen met de vestigingspagina. Meer over die samenwerking leest u in Google Bedrijfsprofiel en uw website.
Werkt u vanuit één kantoor in een groot gebied zonder dat klanten langskomen, dan zijn er geen vestigingen in de zin van Google. Maak dan geen nepvestigingen aan, maar beschrijf uw werkgebied.
Stap 7: denk aan formulieren en telefoon
Een algemeen contactformulier bij een bedrijf met zes vestigingen komt vaak op één centrale mailbox terecht, waar het een paar dagen blijft liggen. Laat het formulier op een vestigingspagina rechtstreeks naar die vestiging gaan, of laat de bezoeker in het algemene formulier een vestiging kiezen die bepaalt wie de mail krijgt. Controleer na de livegang per vestiging of de berichten aankomen.
Stap 8: houd het bij als er iets verandert
Een vestiging die sluit of verhuist, vraagt meer dan het verwijderen van een pagina. Verwijs de oude pagina door naar de dichtstbijzijnde vestiging of het overzicht, pas het Google-profiel aan of sluit het, en controleer de vermeldingen in andere bedrijvengidsen. Hoe het eruitziet als zoiets bij tien vestigingen tegelijk speelt, ziet u in onze praktijkcase over tien vestigingen op één website.
Bij een nieuwe site meteen goed opzetten
Een vestigingenstructuur achteraf in een bestaande site bouwen kan, maar het is eenvoudiger om het vanaf het begin goed neer te zetten. Bij een nieuwe bedrijfssite bespreken we vooraf hoeveel vestigingen er zijn of komen, en richten we het beheer daarop in. Zie een zakelijke website laten maken.
Vraag een gratis websitecheck aan. Binnen één werkdag weet u waar uw website staat.
