“Is website onderhoud aftrekbaar?” is een vraag die we vaker krijgen dan u zou denken, meestal rond de jaarwisseling of vlak voor de aangifte. Het korte antwoord is geruststellend: ja, kosten die u maakt om uw website draaiende te houden zijn gewone zakelijke kosten en gaan van de winst af.

Het langere antwoord is interessanter, want er zit een grens die veel ondernemers niet kennen. Onderhoud mag u direct aftrekken; het bouwen van een nieuwe website is een investering die u in principe over meerdere jaren afschrijft. Waar die grens ligt bepaalt hoeveel winst u dit jaar aangeeft. In dit artikel leest u hoe het zit met aftrekbaarheid, activeren, btw en de boekingen — met de kanttekening dat wij geen fiscalisten zijn en uw boekhouder het laatste woord heeft.

Het onderscheid dat alles bepaalt

De Belastingdienst maakt onderscheid tussen kosten en investeringen. Kosten trekt u af in het jaar waarin u ze maakt. Een investering is een bedrijfsmiddel dat u meerdere jaren gebruikt; dat zet u op de balans en schrijft u af over de gebruiksduur.

Doorlopend onderhoud is kosten. Uw maandelijkse onderhoudsabonnement, hosting, domeinnaam, SSL, licenties voor plugins, het oplossen van een storing, een tekstwijziging, een beveiligingsincident: dat houdt uw website in stand en gaat rechtstreeks van de winst af in het jaar zelf.

Het laten bouwen van een nieuwe website is een investering. Een compleet nieuwe site die enkele jaren meegaat, geldt als een immaterieel bedrijfsmiddel. In de praktijk wordt zo’n site vaak in drie tot vijf jaar afgeschreven, waarbij drie jaar gangbaar is omdat websites nu eenmaal sneller verouderen dan een bestelbus.

Wat maakt het uit? Stel u laat voor € 6.000 een nieuwe site bouwen. Direct aftrekken zou uw winst dit jaar met € 6.000 verlagen. Afschrijven in drie jaar betekent € 2.000 per jaar. Bij een goed jaar had u die aftrek misschien liever nu gehad; bij een opstartjaar met weinig winst juist niet.

Er is een praktische ondergrens die veel scheelt: kleine uitgaven hoeft u niet te activeren. Voor bedragen onder ongeveer € 450 per stuk is direct in de kosten nemen doorgaans geen probleem. Een aanpassing van € 300 aan een bestaande site is dus gewoon een kostenpost.

Wat valt waaronder?

De grens tussen onderhoud en verbetering is niet altijd scherp. Deze verdeling houden de meeste boekhouders aan.

Direct aftrekbaar als kosten

  • Onderhoudsabonnement, updates, back-ups, beveiliging en monitoring
  • Hosting, domeinregistratie en verlenging, e-mailpakket
  • Jaarlijkse licenties voor plugins, thema’s en diensten
  • Het oplossen van storingen en fouten
  • Tekst- en beeldwijzigingen, kleine aanpassingen
  • Snelheidsoptimalisatie en hackherstel
  • Een verhuizing naar een andere hostingpartij

Meestal activeren en afschrijven

  • Het laten bouwen van een geheel nieuwe website
  • Een volledige herbouw of een nieuw ontwerp met een andere structuur
  • Een substantiële uitbreiding, bijvoorbeeld een webshop toevoegen aan een bestaande site
  • Maatwerkkoppelingen met bedrijfssoftware van enige omvang

De vuistregel: houdt de uitgave uw site in de lucht of brengt hem terug in de oude staat, dan is het onderhoud. Maakt de uitgave uw site wezenlijk beter of groter dan hij was, dan neigt het naar een investering. Bij twijfel is de omvang van het bedrag doorslaggevend en overlegt u met uw boekhouder.

Overweegt u een nieuwe site en twijfelt u of doorontwikkelen van de bestaande niet slimmer is, dan speelt dit fiscale onderscheid ook mee in de afweging. De inhoudelijke kant daarvan staat in de vergelijking tussen een nieuwe website en het verbeteren van de bestaande.

Hoe het zit met de btw

Bent u btw-plichtig, dan verrekent u de btw op alle websitekosten gewoon als voorbelasting in uw aangifte. Dat geldt zowel voor het abonnement als voor de bouw. Op dit punt is er geen verschil tussen kosten en investeringen: bij een immaterieel bedrijfsmiddel als een website trekt u de btw in één keer af in het tijdvak van de factuur, anders dan bij onroerend goed.

Twee situaties vragen aandacht. Koopt u diensten in bij een leverancier buiten Nederland maar binnen de EU — denk aan een licentie bij een Duitse of Ierse partij — dan wordt de btw meestal verlegd. U geeft die zelf aan en trekt hem in dezelfde aangifte weer af; per saldo nul, maar het moet wel in uw aangifte staan. Voor leveranciers buiten de EU geldt een vergelijkbare systematiek. Uw boekhoudprogramma heeft hier standaardrubrieken voor.

Valt u onder de kleineondernemersregeling, dan brengt u geen btw in rekening en kunt u de btw op uw websitekosten ook niet terugvragen. Het volledige factuurbedrag inclusief btw is dan uw kostenpost, en dat maakt websitekosten voor u ongeveer een vijfde duurder dan voor een btw-plichtige collega. Weeg dat mee als u pakketten vergelijkt.

Praktisch boeken

  1. Maak een aparte grootboekrekening voor websitekosten, of splits desnoods in “hosting en domeinen”, “onderhoud en support” en “licenties”. Aan het eind van het jaar ziet u dan in één oogopslag wat uw website kost.
  2. Bewaar de facturen digitaal en geordend. Veel websitekosten worden per creditcard of automatische incasso betaald bij buitenlandse partijen, en de factuur komt dan alleen per mail of staat in een klantpaneel. Dat is precies het type factuur dat bij een controle ontbreekt.
  3. Let op de valuta. Buitenlandse licenties worden vaak in dollars afgerekend. Boek het werkelijk afgeschreven eurobedrag van uw rekening.
  4. Zet abonnementen als terugkerende boeking klaar, zodat er niets wordt vergeten.
  5. Leg bij een nieuwe website vast wat er precies is geleverd. Een gespecificeerde factuur helpt uw boekhouder bepalen welk deel bouw is en welk deel bijvoorbeeld eenmalige teksten of fotografie — dat laatste is doorgaans gewoon kosten.

Een grafisch ontwerper uit Haarlem liet dit een jaar liggen en had aan het eind van het jaar acht buitenlandse licentiefacturen die nergens in de boekhouding stonden, samen ruim € 400. Terugvinden kostte een avond zoeken in oude mail. Sindsdien gaat elke websitefactuur meteen naar het scanadres van het boekhoudpakket.

De afweging: waar zet u uw geld

Fiscaal gezien is doorlopend onderhoud aantrekkelijk: het is direct aftrekbaar, voorspelbaar en het voorkomt de grote uitgaven die u wél moet activeren. Een site die goed wordt onderhouden gaat bovendien langer mee, waardoor de vervangingsinvestering verder in de tijd opschuift. Dat is geen fiscale truc, maar wel een prettig neveneffect.

Wilt u weten in welke orde van grootte die kosten liggen voordat u het met uw boekhouder bespreekt, dan geven onze prijzen voor onderhoud en losse klussen een concreet beeld. En hoe zo’n bedrag zich verhoudt tot wat de markt vraagt, leest u in het overzicht van wat websiteonderhoud in 2026 kost.

Volgende stap

Zoek in uw boekhouding alle uitgaven van het afgelopen jaar op die met uw website te maken hebben en zet ze bij elkaar. Kijk daarna of er posten tussen zitten van een paar duizend euro die als kosten zijn geboekt terwijl ze eigenlijk een investering waren, of andersom. Eén gesprek van tien minuten met uw boekhouder hierover levert vaak meer op dan uren zelf uitzoeken — en voorkomt een correctie achteraf.