“Het is toch mijn website?” Die vraag krijgen we meestal op het moment dat het antwoord ongelegen komt: bij een verhuizing naar een andere partij, bij een conflict met een bureau, of nadat iemand met pensioen is gegaan. Op dat moment blijkt het eigendom van een website ingewikkelder dan gedacht.

Een website is namelijk geen enkel voorwerp dat u koopt en meeneemt. Het is een stapel van vier onderdelen — domeinnaam, hosting, ontwerp en teksten, en de techniek eronder — en elk onderdeel kan een andere eigenaar hebben. Sommige dingen bezit u, sommige huurt u, en van sommige heeft u alleen een gebruiksrecht. In dit artikel zetten we per onderdeel uiteen hoe het juridisch en praktisch zit, en hoe u binnen een uur nakijkt hoe het bij u staat.

Onderdeel 1: de domeinnaam

De domeinnaam is het onderdeel waar de meeste ellende ontstaat, en tegelijk het makkelijkst te controleren. Een .nl-domein wordt geregistreerd bij SIDN via een registrar, en er staat altijd een houder onder: een naam, een adres en een e-mailadres. Die houder bepaalt wat er met het domein gebeurt.

Staat daar uw bedrijfsnaam, dan zit u goed, ook als een ander de facturen betaalt. Staat daar de naam van uw webbouwer, dan is het domein juridisch van hem. In de praktijk werken de meeste bureaus netjes mee aan een verhuizing, maar u bent wel afhankelijk van hun snelheid en hun bereikbaarheid. Bij een conflict of een faillissement wordt dat pijnlijk.

Controleren doet u met een whois-opvraging bij SIDN of bij uw registrar. Klopt de houder niet, vraag dan om een houderwijziging. Dat is een standaardprocedure die meestal binnen een paar dagen rond is. Wacht daar niet mee tot u een reden hebt. Wat er gebeurt als de partij achter uw domein onbereikbaar blijkt, staat in wat u doet als uw webbouwer onbereikbaar is.

Een detail dat vaak wordt vergeten: het contact-e-mailadres onder het domein. Staat daar het adres van een oud-medewerker, dan komen verlengherinneringen nergens aan.

Onderdeel 2: de hosting

Hosting koopt u niet, u huurt het. Dat is geen probleem — het gaat erom op wiens naam het contract staat en wie de logingegevens heeft.

Er zijn ruwweg twee situaties. In de eerste heeft u een eigen hostingaccount bij een partij als een Nederlandse provider, en u betaalt daar rechtstreeks. Dan hebt u volledige zeggenschap: u kunt een back-up downloaden, een verhuizing starten en desnoods vandaag opzeggen. In de tweede situatie huurt u ruimte binnen het pakket van uw webbouwer. Dat is vaak goedkoper en gemakkelijker, maar u hebt geen eigen paneel, geen eigen back-ups en geen directe relatie met het datacenter.

Die tweede vorm is niet verkeerd, mits u drie dingen op papier hebt: dat u op elk moment een volledige kopie van uw site en database kunt opvragen, binnen welke termijn dat gebeurt, en wat er gebeurt als de samenwerking eindigt. Ontbreekt dat, dan is uw website in de praktijk gegijzeld door goede bedoelingen.

Onderdeel 3: ontwerp, teksten en foto’s

Hier komt het auteursrecht om de hoek, en het Nederlandse uitgangspunt verrast veel ondernemers: het auteursrecht ligt bij de maker, niet bij de opdrachtgever. Betaalt u een ontwerper voor een website, dan hebt u betaald voor het gebruik ervan, maar het auteursrecht blijft bij hem tenzij het schriftelijk is overgedragen. Voor werk van uw eigen medewerkers ligt dat anders: dat valt in de regel toe aan de werkgever.

In de praktijk speelt dit zelden bij een gewone bedrijfswebsite, maar wel als u het ontwerp wilt hergebruiken op een tweede site, of als een andere partij het gaat doorontwikkelen. Wilt u dat zeker stellen, laat dan bij oplevering een korte verklaring tekenen waarin de rechten worden overgedragen of een ruim gebruiksrecht wordt gegeven.

Let apart op foto’s. Stockfoto’s zijn gelicentieerd, niet gekocht, en die licentie staat vaak op naam van het bureau. Verhuist u naar een andere partij en neemt u de beeldbank mee, dan gebruikt u strikt genomen materiaal waar u geen licentie voor hebt. Vraag bij oplevering om een overzicht van de gebruikte beelden en hun herkomst.

Onderdeel 4: de techniek

WordPress zelf is vrije software onder de GPL-licentie. Die licentie werkt door: thema’s en plugins die de code van WordPress gebruiken, vallen er in beginsel ook onder. Praktisch betekent dat dat niemand u kan verbieden uw WordPress-site te verhuizen, aan te passen of door een ander te laten onderhouden.

Waar het wél schuurt, zijn de betaalde onderdelen. Een licentie voor een premium plugin of een pagebuilder geeft recht op updates en support voor een bepaalde periode, en die licentie staat op naam van degene die hem heeft gekocht. Zit uw site vol met plugins uit het bureau-abonnement van uw webbouwer, dan stoppen bij vertrek de updates. De site blijft werken, maar veroudert vanaf dat moment. Vraag daarom een overzicht van alle betaalde licenties, op wiens naam ze staan en wanneer ze verlopen.

Maatwerkcode is de laatste categorie. Is er specifiek voor u geprogrammeerd — een koppeling met uw voorraadsysteem bijvoorbeeld — leg dan vast dat u die code mag houden en mag laten aanpassen door een ander.

Uw controle in zeven punten

  1. Doe een whois op uw domein en kijk wie de houder is en welk e-mailadres eronder staat.
  2. Zoek uit op wiens naam het hostingcontract staat en of u zelf kunt inloggen.
  3. Controleer of u een beheerdersaccount hebt in WordPress dat niet van iemand anders is.
  4. Vraag een lijst op van betaalde plugins en thema’s, met licentiehouder en verloopdatum.
  5. Zoek de opdrachtbevestiging of algemene voorwaarden erbij en kijk wat er over rechten en overdracht staat.
  6. Test of u zelfstandig een volledige back-up kunt maken en downloaden.
  7. Leg alles vast op één plek, zodat het niet in iemands hoofd zit.

Een adviesbureau in Zwolle liep hier tegenaan bij het aanstellen van een nieuwe partij. Domein op naam van de oude bouwer, hosting in diens verzamelpakket, en vier betaalde plugins op zijn licentie. De overdracht kostte uiteindelijk zes weken en een paar honderd euro aan nieuwe licenties. Niemand deed moeilijk; het was gewoon nooit geregeld. Wie regelmatig hulp bij WordPress-beheer inhuurt, doet er verstandig aan dit soort afspraken bij de start vast te leggen in plaats van bij het einde.

Hoe u het houdt zoals het hoort

Eigendom regelt u aan het begin, niet als er iets misgaat. Zorg minimaal dat domein en hosting op uw eigen naam staan, dat u een eigen beheerdersaccount hebt en dat u een back-up kunt downloaden zonder iemand te hoeven vragen. Daarmee bent u nooit ergens aan vast.

Vergeet daarbij het administratieve deel niet. Een domein dat op uw naam staat maar waarvan de verlengfactuur nergens aankomt, is alsnog een risico; hoe u dat afdekt leest u in het stappenplan tegen een verlopen domeinnaam.

Concrete volgende stap: doe nu die whois-opvraging op uw eigen domein. Binnen dertig seconden weet u of het belangrijkste onderdeel van uw online aanwezigheid daadwerkelijk op uw naam staat.