U wilt één zin op de homepage aanpassen. U logt in, klikt op Bewerken, en in plaats van een vertrouwd tekstvak ziet u een wit scherm met zwevende knopjes, een zijbalk vol tabbladen en een plusje dat overal opduikt. Bij elke klik verspringt er iets. Na tien minuten sluit u het tabblad en stuurt u toch maar een mailtje naar degene die de site gebouwd heeft.
Herkenbaar, en volstrekt normaal. De blokkeneditor van WordPress heet Gutenberg en werkt fundamenteel anders dan de tekstverwerker die ervoor zat. Zodra u het onderliggende idee doorheeft, valt het kwartje meestal binnen een kwartier. Deze gutenberg uitleg laat u dat idee zien, plus de handvol knoppen die u echt nodig heeft.
Het enige principe dat u moet snappen: alles is een blok
In de oude editor was een pagina één lange lap tekst. In de blokkeneditor bestaat een pagina uit losse bouwstenen die onder elkaar staan. Een alinea is een blok. Een kop is een blok. Een afbeelding, een knop, een opsomming, een video, een contactformulier: allemaal aparte blokken.
Dat verklaart het gedrag dat in het begin verwarrend voelt. Klikt u in een stuk tekst, dan selecteert u dat ene blok en verschijnt er een klein zwevend balkje boven de tekst met opties die alléén voor dat blok gelden. Klikt u ernaast, dan verdwijnt het balkje weer. U bent niet iets kwijt; u heeft alleen de selectie losgelaten.
Het tweede gevolg: u kunt blokken verslepen. Wilt u een alinea boven een afbeelding zetten, dan hoeft u niet te knippen en plakken. U pakt het blok bij het handvat en schuift het omhoog. Voor wie gewend was aan Word voelt dat wennen, maar het is een stuk veiliger, omdat u de opmaak van de rest niet meesleept.
De vier plekken op het scherm
Het scherm heeft minder onderdelen dan het lijkt. Neem even de tijd om deze vier te herkennen, dan is de rest gevolg.
- De bovenbalk. Links het blauwe plusje om een nieuw blok toe te voegen, de pijlen voor ongedaan maken en opnieuw, en het lijstpictogram dat de documentoverzicht opent. Rechts de knop Opslaan of Bijwerken en het tandwiel dat de zijbalk aan- en uitzet.
- De werkvloer in het midden. Hier staat de pagina zoals hij ongeveer wordt. Ongeveer, want het thema voegt op de echte pagina nog opmaak toe.
- De zwevende werkbalk. Verschijnt boven het blok dat u geselecteerd heeft. Vet, cursief, link, uitlijning, en helemaal rechts de drie puntjes met onder meer Dupliceren en Verwijderen.
- De zijbalk rechts. Twee tabbladen: Bericht of Pagina voor instellingen van het hele document, en Blok voor de instellingen van wat u nu geselecteerd heeft. Ziet u niet wat u zoekt, dan staat u waarschijnlijk op het verkeerde tabblad.
Nog een tip die veel frustratie scheelt: het lijstpictogram linksboven opent een boomstructuur van alle blokken op de pagina. In een ingewikkelde lay-out met kolommen en groepen is dat verreweg de snelste manier om precies het blok te pakken dat u wilt hebben, zonder eindeloos te klikken.
De handelingen die u negentig procent van de tijd doet
In de praktijk komt beheer van een bedrijfswebsite neer op een klein aantal handelingen. Deze vijf volstaan meestal.
Tekst wijzigen. Klik in de alinea, typ. Meer is het niet. Wilt u een woord vet maken, selecteer het en klik op de B in de zwevende balk, of gebruik Ctrl+B (Cmd+B op een Mac).
Een nieuwe alinea toevoegen. Zet de cursor aan het eind van een alinea en druk op Enter. Er ontstaat een nieuw leeg blok. Drukt u op Shift+Enter, dan krijgt u een regelafbreking binnen dezelfde alinea. Dat verschil is groter dan het lijkt: bij een nieuwe alinea houdt het thema de normale witruimte aan, bij een regelafbreking niet.
Een ander soort blok invoegen. Typ in een leeg blok een schuine streep gevolgd door de naam: /kop, /lijst, /afbeelding. De editor toont meteen de mogelijkheden. Dat werkt sneller dan zoeken in de blokkenbibliotheek.
Een link plaatsen. Selecteer de tekst, druk op Ctrl+K, typ de paginanaam of plak het adres. Voor links naar externe sites zet u in de zijbalk “Openen in nieuw tabblad” aan.
Terugdraaien. Ctrl+Z werkt zoals u gewend bent, ook meerdere stappen terug. En zolang u niet op Bijwerken heeft geklikt, is er aan de live website niets veranderd.
Revisies: het vangnet dat u waarschijnlijk niet kent
WordPress bewaart oude versies van pagina’s. In de zijbalk onder het tabblad Pagina staat een regel als “Revisies: 12”. Klikt u daarop, dan krijgt u een schuifbalk waarmee u door eerdere versies bladert en met één knop terugzet. Heeft u iets verprutst en al opgeslagen, dan is dit de eerste plek om te kijken, nog vóór u iemand belt.
Waar het misgaat, en hoe u dat voorkomt
De klassieke fout is plakken vanuit Word of een e-mail. Daarbij komt onzichtbare opmaakcode mee, waardoor tekst opeens een ander lettertype of een vreemde kleur krijgt. Plak daarom altijd met Ctrl+Shift+V, dat plakt zonder opmaak. Is het al gebeurd, selecteer de tekst en kies in de drie puntjes van de werkbalk voor “Opmaak wissen”.
De tweede valkuil zijn koppen. Een H2 is geen groot lettertype, maar de aanduiding dat er een nieuw hoofdstuk begint. Gebruikt u een H1 halverwege de pagina omdat die lekker groot oogt, dan verstoort dat de structuur voor zoekmachines en voor bezoekers met een schermlezer. Houd de volgorde aan: één H1 bovenaan (meestal de paginatitel, die het thema zelf plaatst), daaronder H2’s en zo nodig H3’s.
De derde: blokken die het thema of een pagebuilder heeft aangeleverd. Sommige sites gebruiken vaste blokpatronen voor bijvoorbeeld een prijzenblok of een teamsectie. Die kunt u vullen met eigen tekst, maar haalt u er onderdelen uit, dan valt de opmaak uiteen. Verwijder in zo’n blok liever niets; laat een veld leeg of vraag om hulp.
Werkt uw site met Elementor, Divi of een vergelijkbare bouwer, dan ziet u de blokkeneditor overigens vaak helemaal niet. Er staat dan een knop “Bewerken met Elementor” boven de pagina. Dat is een andere omgeving met eigen logica; deze uitleg gaat daar niet over.
Wat u zelf doet en wat u uitbesteedt
Teksten bijwerken, een nieuwsbericht plaatsen, een openingstijd aanpassen, een foto verwisselen: dat is prima werk om zelf te doen, en het scheelt u wachttijd. Zodra het gaat om de opbouw van een pagina veranderen, een nieuwe sjabloon maken of iets aanpassen dat op alle pagina’s terugkomt, wordt het risico groter dan de winst.
Veel ondernemers vinden een tussenweg prettig: zelf de dagelijkse tekstwijzigingen doen, en het structurele werk laten liggen bij iemand die eerst een back-up maakt en op een testomgeving kijkt of het klopt. Bij ons zit dat in de supporturen van een abonnement, maar de rolverdeling op zich is zinnig, ongeacht bij wie u het onderbrengt.
Wilt u de basis nog wat verder oefenen: begin met het aanpassen van bestaande teksten en zet daarna de stap naar een nieuwe pagina toevoegen en in het menu zetten. Beide keren doet u het in de blokkeneditor, dus wat u hierboven leerde blijft van toepassing.
Tot slot
Doe het volgende voordat u dit artikel wegklikt. Log in, open een pagina die er niet toe doet, en probeer drie dingen: typ een zin, maak een woord vet, en druk op Ctrl+Z tot alles terug is. Sla niets op. Dat kwartier oefenen op een pagina zonder gevolgen levert meer op dan nog vijf artikelen lezen. Daarna is de eerste echte aanpassing een kwestie van doen.



