Er zijn weinig getallen die zoveel onrust veroorzaken als een rood cijfer in PageSpeed Insights. Iemand stuurt de link door, er verschijnt een 45 in een rode cirkel, en de conclusie is snel getrokken: de website deugt niet. Vaak volgt daarop een offerteaanvraag om “de score naar het groen te krijgen”.

Dat is een begrijpelijke reactie op een slecht ontworpen signaal. Een PageSpeed score is namelijk geen meting van uw website, maar een samenvatting van zes deelmetingen op één gesimuleerd toestel, op één moment, voor één pagina. Nuttig als hulpmiddel, misleidend als doel. In dit artikel leggen wij uit hoe het cijfer wordt opgebouwd, waarom het zo schommelt en waar u in plaats daarvan naar kunt kijken.

Hoe het cijfer tot stand komt

De score van 0 tot 100 is een gewogen gemiddelde van zes deelmetingen die de tool zelf uitvoert in een gesimuleerde omgeving. In grote lijnen gaat het om: hoe snel er iets zichtbaar wordt, hoe snel het grootste element in beeld staat, hoe lang de pagina bezig blijft met verwerken, hoeveel de indeling verspringt en hoe snel de pagina echt bruikbaar is.

Twee metingen wegen samen ongeveer de helft van het cijfer. Een verbetering op precies die twee kan uw score tientallen punten omhoog duwen, terwijl uw bezoekers er weinig van merken. En omgekeerd: een merkbare verbetering voor bezoekers kan het cijfer nauwelijks bewegen.

Belangrijker nog is de simulatie. De mobiele test doet standaard alsof uw bezoeker een middenklasse Android-toestel gebruikt op een trage 4G-verbinding, met kunstmatig vertraagde processor. Dat is bewust streng gekozen. Uw werkelijke publiek zit daar meestal boven. De mobiele score is dus geen weergave van uw gemiddelde bezoeker maar van een ongunstig scenario.

Waarom hetzelfde adres verschillende cijfers geeft

Meet u drie keer achter elkaar, dan krijgt u drie verschillende cijfers. Verschillen van tien tot vijftien punten zijn normaal. Dat komt door:

  • De belasting van de testserver van Google op dat moment.
  • Uw eigen caching. De eerste meting na een cachewissing bouwt de pagina volledig opnieuw op en is trager.
  • Externe partijen. Een chatwidget of advertentiescript dat toevallig traag reageert, telt mee.
  • Toeval in de simulatie. Kleine verschillen in de volgorde waarin bestanden binnenkomen, werken door in het cijfer.

De praktische les: gebruik nooit één meting om een conclusie te trekken. Meet drie tot vijf keer en kijk naar de middelste waarde. En vergelijk alleen metingen die op dezelfde manier zijn uitgevoerd.

Het verschil tussen wat de tool test en wat bezoekers ervaren

Onder aan het rapport staat vaak een tweede blok, met de kop dat het gaat om gegevens van echte gebruikers over de afgelopen 28 dagen. Dat blok is inhoudelijk belangrijker dan het cijfer bovenaan. Het bevat namelijk geen simulatie maar metingen van werkelijke bezoekers in Chrome: hun toestellen, hun verbindingen, hun locaties.

Het komt regelmatig voor dat een site een score van 40 heeft en toch op alle punten bij echte gebruikers goed scoort. Dat betekent dat uw bezoekers een prima ervaring hebben, ondanks het rode cijfer. Andersom kan ook: een keurige 90 terwijl echte bezoekers klagen, bijvoorbeeld omdat het probleem op productpagina’s zit en niet op de homepage die u testte.

Google gebruikt voor de beoordeling van paginakwaliteit de gegevens van echte gebruikers, niet uw simulatiescore. Dat alleen al is reden om vooral naar dat onderste blok te kijken. Het verschil tussen beide soorten metingen hebben wij verder uitgewerkt in het artikel over labdata en velddata.

Waar u dan wel naar kijkt

Sla het cijfer over en scrol door naar drie plekken in het rapport.

De drie kernwaarden bij echte gebruikers. Hoe snel het grootste element in beeld staat, hoeveel de indeling verspringt en hoe vlot de pagina reageert op een klik of tik. Staan die drie op groen, dan is uw site voor uw publiek in orde, wat het cijfer bovenin ook zegt. Wat die waarden precies inhouden, staat in onze uitleg van Core Web Vitals.

De lijst met kansen, met de tijdwinst erachter. Daar staat concreet wat er te halen valt: hoeveel milliseconden of kilobytes. Een advies dat 2,3 seconden belooft, is iets anders dan een advies dat 40 milliseconden oplevert. De lijst staat niet op volgorde van belang voor uw situatie; die weging maakt u zelf.

De diagnostiek onderaan. Daar vindt u de omvang van de pagina, het aantal verzoeken, de grootste bestanden en de tijd die aan JavaScript opgaat. Dit is doorgaans de meest bruikbare informatie in het hele rapport, en juist het deel dat niemand leest.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een architectenbureau in Utrecht kwam bij ons met een mobiele score van 38. Ze wilden naar 90, omdat een adviseur had gezegd dat dat moest. Wij hebben eerst gekeken naar de gegevens van echte gebruikers: die stonden op twee van de drie punten al goed, alleen het grootste element bovenaan duurde te lang.

De oorzaak was één ding: een schermvullende sfeerfoto van bijna zes megabyte op de homepage. Die is geschaald, gecomprimeerd en met voorrang geladen. Het grootste element stond daarna ruim binnen de norm en de laadtijd op een telefoon ging van ongeveer zes naar iets meer dan twee seconden.

De mobiele score kwam uit op 61. Niet groen. Wat wel gebeurde: het percentage bezoekers dat de site binnen enkele seconden weer verliet, daalde merkbaar. De resterende punten zaten in het zware thema en de paginabouwer, en die aanpakken zou een herbouw betekenen. Voor een cijfer. Dat hebben wij hen afgeraden.

Wanneer een lage score wél zorgelijk is

Er zijn situaties waarin u het cijfer serieus moet nemen. Als de gegevens van echte gebruikers óók rood zijn, dan is het geen simulatieprobleem maar een echt probleem. Als de score in korte tijd sterk daalt zonder dat u iets heeft veranderd, wijst dat vaak op een plugin-update, een extern script of iets op de server. En als uw pagina groter is dan enkele megabytes of meer dan honderd verzoeken doet, is er ongeacht het cijfer werk te doen.

Ook een score onder de 30 op desktop is een signaal. De desktoptest is een stuk milder, dus daar moet er iets structureels misgaan wil het cijfer zo laag uitvallen.

Wat u er praktisch mee doet

Meet uw belangrijkste drie pagina’s, niet alleen de homepage: bijvoorbeeld een dienstpagina, een productpagina en een blogartikel. Noteer de gegevens van echte gebruikers als nulmeting. Pak vervolgens de twee of drie adviezen aan met de grootste beloofde tijdwinst, verander één ding per keer en meet opnieuw.

Stuur op de ervaring van uw bezoekers, niet op de kleur van een cirkel. Wilt u weten wat er in uw geval werkelijk te winnen valt en wat de moeite niet waard is, dan kunt u een gerichte snelheidsanalyse laten uitvoeren waarbij u een meetrapport van voor en na krijgt. Beloftes over een specifiek eindcijfer horen daar wat ons betreft niet bij: dat cijfer beweegt bij elke meting mee.