Een accountantskantoor in Zwolle stuurde ons een verwarrende mail. Hun webbouwer had een rapport gestuurd met een PageSpeed-score van 91 op mobiel. Maar in Search Console stonden diezelfde pagina’s al maanden op “verbetering nodig”. Wie had gelijk? En waarom lieten twee tools van dezelfde Google iets anders zien?
Het antwoord zit in een onderscheid dat zelden goed wordt uitgelegd: het verschil tussen Lighthouse en CrUX, oftewel tussen labdata en velddata. Zodra u dat verschil begrijpt, worden bijna alle tegenstrijdige meetresultaten logisch. En weet u ook welk cijfer ertoe doet.
Labdata: een test onder gecontroleerde omstandigheden
Labdata komt uit een test die op dat moment wordt uitgevoerd door een programma, meestal Lighthouse. Dat programma opent uw pagina in een gesimuleerde omgeving: een bepaald apparaat, een bepaalde netwerksnelheid, één keer, vanaf één locatie. Het meet hoe lang alles duurt en rekent daar een score uit.
Het woord “lab” is goed gekozen. Het is een proefopstelling, bedoeld om herhaalbaar te zijn. Als u vandaag meet en morgen weer, met dezelfde instellingen, zou het resultaat in de buurt moeten liggen. Dat maakt het bruikbaar om te controleren of een wijziging effect heeft gehad.
Maar een proefopstelling is geen werkelijkheid. Lighthouse simuleert een middenklasse-telefoon op een matig mobiel netwerk. Uw echte bezoekers hebben nieuwere of oudere toestellen, betere of slechtere verbindingen, zitten soms al op de site met een gevulde cache, klikken tijdens het laden, scrollen meteen naar beneden. Niets daarvan zit in de labtest.
Daar komt bij dat een labtest één pagina meet, meestal de homepage, terwijl uw bezoekers grotendeels op andere pagina’s binnenkomen via Google.
Velddata: wat echte bezoekers hebben meegemaakt
Velddata is het tegenovergestelde. Chrome verzamelt bij gebruikers die daarvoor toestemming hebben gegeven anoniem hoe snel pagina’s laden en reageren. Die gegevens komen samen in het Chrome User Experience Report, afgekort CrUX. Google gebruikt dit rapport voor de Core Web Vitals in Search Console en toont het ook bovenaan in PageSpeed Insights, onder de kop over echte gebruikers.
Velddata is dus geen simulatie. Het is een samenvatting van wat er de afgelopen 28 dagen werkelijk gebeurde bij uw bezoekers, met hun apparaten en hun verbindingen. Google kijkt daarbij naar het 75e percentiel: driekwart van de bezoeken moet onder de drempel blijven om als “goed” te gelden. Een paar snelle bezoeken vanaf uw eigen kantoor trekken het gemiddelde dus niet omhoog.
De beperkingen van velddata zijn net zo belangrijk. Er zijn genoeg bezoekers nodig; bij kleine sites toont Google simpelweg niets. Het loopt achter: een verbetering van vandaag is pas over enkele weken zichtbaar. En het zegt niets over de oorzaak, alleen over de uitkomst.
Waarom Lighthouse en CrUX zo vaak van elkaar afwijken
Terug naar het accountantskantoor. Beide cijfers klopten, ze beschreven alleen iets anders. Een paar veelvoorkomende redenen voor het verschil:
- Andere pagina’s. De labtest meet de homepage; de velddata gaat over alle pagina’s samen, en de blogpagina’s met zware afbeeldingen trokken het gemiddelde omlaag.
- Andere apparaten. Een deel van de bezoekers gebruikt oudere telefoons die trager zijn dan de simulatie van Lighthouse.
- Interactie. Velddata meet ook hoe snel de site reageert op klikken (INP). Een labtest kan dat maar beperkt nabootsen, want er klikt niemand.
- Cache en herhaalbezoek. Terugkerende bezoekers hebben bestanden al lokaal staan en zijn sneller. Dat maakt velddata soms juist gunstiger dan het lab.
- Tijd. De site was vorige week geoptimaliseerd; de velddata beschreef nog de maand ervoor.
Het omgekeerde komt ook voor: een lage labscore terwijl de velddata prima is. Vaak zit dan de simulatie van een langzaam netwerk in de weg, terwijl uw bezoekers in de praktijk vooral op wifi of 4G zitten in een land met goede dekking.
Welk cijfer telt voor Google?
Voor de rangschikking in de zoekresultaten gebruikt Google velddata, niet de labscore. De score van 0 tot 100 in PageSpeed Insights heeft geen directe invloed op uw positie. Wat meetelt, is of uw pagina’s in CrUX de drempels voor de Core Web Vitals halen. Wat die drempels precies zijn en wat de drie meetwaarden betekenen, leest u in deze uitleg van de Core Web Vitals in gewone taal.
Dat betekent niet dat labdata waardeloos is. Het betekent dat u ze elk voor hun eigen doel gebruikt.
Zo gebruikt u ze samen
- Begin met velddata in Search Console of bovenaan PageSpeed Insights. Staan uw pagina’s op goed? Dan is er weinig urgentie, hoe rood de labscore ook is.
- Staat er “verbetering nodig” of “slecht”? Kijk welke groep pagina’s en welke meetwaarde het probleem is. Dat is uw richting.
- Gebruik de labtest om de oorzaak te vinden. Meet een pagina uit die groep en kijk naar de concrete aanbevelingen en het watervaldiagram, niet naar de score.
- Los op, meet opnieuw in het lab om te zien of de wijziging effect heeft. Dat is direct zichtbaar.
- Wacht vier tot zes weken en controleer of de velddata mee is bewogen. Dat is de bevestiging.
Heeft uw site te weinig bezoekers voor velddata? Dan bent u aangewezen op het lab. Meet dan altijd mobiel, meerdere pagina’s en een paar keer achter elkaar, en kijk naar de laadtijd van de meetwaarden in seconden in plaats van naar de totaalscore. Een overzicht van de tools die daarvoor geschikt zijn vindt u in deze vergelijking van meettools.
Wat het accountantskantoor deed
De oplossing bleek weinig spectaculair. De homepage was inderdaad snel; de blogpagina’s laadden originele foto’s van enkele megabytes en een insluiting van een kaart die pas nodig was op de contactpagina. Na het verkleinen van de afbeeldingen en het beperken van dat script tot één pagina, verschoof de groep in Search Console zes weken later naar goed. De labscore van de homepage was in die tijd nauwelijks veranderd. Dat was ook nooit het probleem geweest.
Wie dit soort analyse liever uitbesteedt, kan bij een bureau een eenmalige optimalisatie van de snelheid laten doen. Vraag dan expliciet of ze naar de velddata kijken en niet alleen de labscore van de homepage opkrikken. Bij WebMaintor is dat het uitgangspunt, maar het is een redelijke vraag aan elk bureau. Een groene score op een screenshot is namelijk snel geregeld; een site die voor echte bezoekers goed presteert, is waar het om gaat.



