U krijgt een rapport van uw webbureau, of u kijkt zelf in Google Search Console, en daar staat het: “Core Web Vitals: slecht”. Drie afkortingen, rode en oranje balkjes, en een advies om “de gebruikerservaring te verbeteren”. Wat u niet krijgt, is een antwoord op de vraag die u eigenlijk heeft: wat merkt een bezoeker hiervan, en moet ik hier iets mee?

Deze Core Web Vitals uitleg is geschreven voor ondernemers die geen techneut zijn, maar wel willen begrijpen wat er gemeten wordt. Geen formules, geen milliseconden-tabellen die u toch niet onthoudt. Wel: wat elke meetwaarde in de praktijk betekent, waar u uw eigen cijfers vindt en wanneer u zich er druk om moet maken.

Wat zijn Core Web Vitals precies?

Core Web Vitals is de naam die Google geeft aan drie meetwaarden die samen beschrijven hoe een pagina aanvoelt voor een echte bezoeker. Niet hoe snel de server reageert, niet hoe groot het bestand is, maar: hoe snel ziet iemand iets nuttigs, hoe snel reageert de pagina op een klik, en blijft alles op zijn plek staan terwijl de pagina laadt.

Die drie vragen hebben elk een eigen afkorting:

  • LCP (Largest Contentful Paint): hoe lang duurt het voordat het grootste zichtbare element in beeld staat, meestal een foto of een grote kop.
  • INP (Interaction to Next Paint): hoe snel reageert de pagina zichtbaar als iemand klikt, tikt of typt.
  • CLS (Cumulative Layout Shift): hoeveel verschuiven elementen tijdens het laden, waardoor u per ongeluk op iets anders klikt dan u bedoelde.

Google gebruikt deze waarden sinds 2021 als een van de signalen in de zoekresultaten. Het is geen doorslaggevende factor, maar het is er een die u zelf kunt beïnvloeden, en dat maakt het interessant.

De drie meetwaarden, vertaald naar een bezoeker

LCP: “Wanneer zie ik iets?”

Stel, iemand tikt op uw site in de zoekresultaten. De pagina begint te laden. Het moment waarop het grootste element boven de vouw zichtbaar is, is uw LCP. Op de meeste bedrijfssites is dat een grote headerfoto of een banner. Google vindt 2,5 seconden of minder goed, tussen 2,5 en 4 seconden matig, en daarboven slecht.

In de praktijk is LCP bijna altijd een verhaal over afbeeldingen en over hoe snel de server begint met leveren. Een foto van 3 MB als header is de meest voorkomende oorzaak van een slechte score die wij tegenkomen.

INP: “Reageert die knop wel?”

INP meet de vertraging tussen een handeling van de bezoeker en het moment waarop het scherm daarop reageert. Een menu dat pas na een halve seconde openklapt, een filter in een webshop dat “hangt”, een formulierveld dat traag reageert op typen. Onder 200 milliseconden is goed. INP verving in 2024 de oudere meetwaarde FID, en is een stuk strenger, omdat het niet alleen de eerste klik meet maar alle interacties op de pagina.

CLS: “Waarom springt alles?”

U wilt op “Bestellen” klikken, precies op dat moment laadt er een afbeelding boven de knop, alles schuift naar beneden en u klikt op een advertentie of een ander product. Dat is layout shift. CLS is een getal zonder eenheid; onder 0,1 is goed. Oorzaken zijn meestal afbeeldingen zonder vaste afmetingen, lettertypen die laat wisselen, en cookiebalken of banners die boven de inhoud worden ingeschoven.

Waar vindt u de cijfers van uw eigen website?

Er zijn twee soorten cijfers, en dat verklaart veel verwarring. Velddata zijn metingen bij echte Chrome-gebruikers die uw site bezochten in de afgelopen 28 dagen. Labdata zijn een simulatie op één moment, op één apparaat. Google gebruikt voor de zoekresultaten alleen de velddata.

  1. Google Search Console, onder “Core Web Vitals”. Hier ziet u per groep pagina’s of ze goed, matig of slecht scoren bij echte bezoekers. Als uw site weinig bezoekers heeft, staat hier vaak “onvoldoende gegevens”. Dat is geen fout; er is dan simpelweg te weinig gemeten.
  2. PageSpeed Insights. Voer een adres in en u ziet bovenaan de velddata (als die er zijn) en daaronder een labtest. De bekende score van 0 tot 100 komt uit die labtest, niet uit de Core Web Vitals zelf.
  3. Chrome zelf. Via de ontwikkelaarstools, tabblad Performance, kunt u de waarden live zien. Dat is vooral handig als u wilt weten welk element de LCP is.

Kijk altijd apart naar mobiel en desktop. De verschillen zijn groot, en de mobiele cijfers zijn voor Google de belangrijkste.

Wanneer is het goed genoeg?

Hier wordt het nuchter. Een pagina “slaagt” voor Google als alle drie de waarden bij minstens 75 procent van de bezoekers in het groene gebied liggen. Dat betekent ook dat een kwart van uw bezoekers een slechtere ervaring mag hebben zonder dat u zakt. U hoeft dus niet elke pagina op elk oud toestel perfect te krijgen.

Wat wij tegen klanten zeggen: streef naar groen op de pagina’s die er commercieel toe doen. De homepage, de dienstenpagina’s, de productcategorieën en de checkout. Een oud blogartikel uit 2019 dat op oranje staat, kost u geen klanten. Een afrekenpagina met een INP van 600 milliseconden wel.

Wees ook realistisch over wat meetbaar is. Een site met 200 bezoekers per maand heeft in Search Console vaak geen velddata. Dan werkt u met labtests en met gezond verstand: als de site op uw eigen telefoon via 4G in twee seconden staat, zit u goed.

Wat u zelf kunt doen en wanneer u hulp inschakelt

Een paar dingen zijn zonder technische kennis te regelen. Verklein afbeeldingen voordat u ze uploadt; een headerfoto hoeft zelden breder dan 1920 pixels te zijn. Zet geen slider op de homepage. Laat een cookiebalk niet de hele inhoud naar beneden duwen. Controleer of caching aanstaat bij uw hostingpakket.

Zodra het over de server, over JavaScript van plugins, of over de laadvolgorde van lettertypen gaat, wordt het werk waar u een specialist voor wilt. Dat hoeft geen groot project te zijn. Een eenmalige snelheidsoptimalisatie van een gemiddelde WordPress-site brengt de drie waarden in onze ervaring meestal binnen een paar dagen van rood naar groen, zonder dat het ontwerp verandert.

Wilt u dieper ingaan op de meetwaarde die op de meeste sites het grootste probleem is? Lees dan hoe u het grootste element sneller in beeld krijgt. En als u vooral in de war bent van dat ene cijfer van 0 tot 100, dan is het goed om te weten wat een PageSpeed-score werkelijk zegt en wat niet.

Samengevat

Core Web Vitals zijn drie vragen die elke bezoeker onbewust stelt: zie ik snel iets, reageert het, en blijft het staan. Google meet de antwoorden bij echte bezoekers en gebruikt ze als een bescheiden signaal voor de vindbaarheid. Kijk in Search Console naar uw eigen cijfers, concentreer u op de pagina’s die geld opleveren, en laat u niet gek maken door één rood balkje op een pagina die niemand bezoekt.

Concrete volgende stap: open Search Console, klik op Core Web Vitals en noteer welke groep pagina’s op mobiel “slecht” scoort. Dat is uw startpunt, en meer hoeft u vandaag niet te doen.