De meeste websites die wij overnemen hebben statistieken. Alleen kloppen ze zelden. Er staat een oude Universal Analytics-code die sinds 2023 niets meer meet, daarnaast een GA4-code via een plugin, en ergens in het thema nog een derde variant die iemand in 2019 heeft geplakt. Het resultaat is een bezoekersaantal dat er twee keer zo hoog uitziet als het is, en een bouncepercentage waar niemand iets aan heeft.
Google Analytics op WordPress installeren is geen ingewikkeld werk. De kunst zit in één keer goed installeren, precies één keer, en daarna controleren of wat u meet ook waar is. Dit stappenplan loopt dat na, inclusief de dingen die specifiek voor Nederlandse ondernemers gelden.
Stap 1: kijk eerst wat er al staat
Voordat u iets toevoegt, verwijdert u wat overbodig is. Anders telt u straks dubbel. Controleer deze vier plekken:
- Plugins. Zoek op namen als Site Kit, MonsterInsights, GA Google Analytics, Google Tag Manager for WordPress. Meer dan één is bijna altijd te veel.
- Thema-instellingen. Veel thema’s hebben een veld “Tracking code” of “Header scripts” onder de thema-opties.
- De broncode van de pagina. Open uw website, druk op Ctrl+U en zoek met Ctrl+F op “gtag” en op “G-“. Elke gevonden regel is één meting.
- Google Tag Manager. Draait er een container, kijk dan daarbinnen of er ook al een Analytics-tag staat.
Vindt u een code die begint met UA-, dan is dat de oude Universal Analytics. Die verzamelt sinds juli 2023 niets meer en kan weg. Codes die beginnen met G- zijn GA4.
Stap 2: maak het account en de property in orde
Ga naar analytics.google.com en log in met een zakelijk account, niet met het privé-Gmail van een oud-medewerker. Maak een property aan voor uw website en kies bij het aanmaken de juiste tijdzone (Amsterdam) en valuta (euro). Dit lijkt een detail, maar een verkeerde tijdzone verschuift al uw dagrapportages en is achteraf niet met terugwerkende kracht te corrigeren.
Binnen de property maakt u een gegevensstroom voor het web. U vult uw website-adres in en krijgt een meet-ID in de vorm G-XXXXXXXXXX. Dat ID heeft u zo nodig. Zet in dezelfde stroom ook meteen de interne verwijzingen goed: onder de instellingen van de gegevensstroom kunt u uw eigen kantoor-IP uitsluiten, zodat uw eigen bezoeken de cijfers niet vertekenen.
Stap 3: plaats de code, op één manier
Er zijn drie werkwijzen. Kies er precies één.
- Via uw cookiebanner-plugin. Voor Nederlandse websites vaak de nettigste route, omdat de code dan pas laadt als de bezoeker toestemming geeft. Complianz, CookieYes en vergelijkbare pakketten hebben een veld voor uw GA4-meet-ID.
- Via een Analytics-plugin. Site Kit van Google of MonsterInsights. Eenvoudig, maar let op dat u de toestemmingsvraag apart regelt.
- Via Google Tag Manager. De meest flexibele route als u ook advertentietags, conversiemetingen of chatscripts beheert. Meer werk om op te zetten, minder gedoe daarna.
Wat u niet doet, is de code met de hand in header.php van uw thema plakken. Bij de eerstvolgende thema-update is hij weg. Moet het toch handmatig, gebruik dan een childthema of een plugin als WPCode die scripts los van het thema bewaart.
Stap 4: de AVG-kant, kort en praktisch
Analytics verwerkt persoonsgegevens. In Nederland betekent dat in de praktijk het volgende. U vraagt vooraf toestemming voordat de statistiekencookies worden geplaatst, tenzij u de configuratie volgt die de Autoriteit Persoonsgegevens als privacyvriendelijk beschouwt. U anonimiseert IP-adressen; GA4 doet dat standaard. U zet gegevensdeling met Google-advertentiediensten uit als u die niet gebruikt. En u vermeldt Analytics in uw privacyverklaring, met de bewaartermijn die u onder de gegevensinstellingen kiest.
Stel die bewaartermijn bewust in: standaard staat GA4 op twee maanden, terwijl veertien maanden meestal beter past bij jaar-op-jaarvergelijkingen. Wie zijn privacyteksten nog moet bijwerken, vindt in het opstellen van een privacyverklaring de opzet die u nodig heeft.
Stap 5: controleer of het werkt, en of het klopt
Open uw website in een privévenster, accepteer de cookies en klik door twee of drie pagina’s. Ga daarna in Analytics naar Rapporten → Realtime. Ziet u uzelf binnen een minuut verschijnen, dan meet de basis.
Daarna de belangrijkere vraag: klopt het? Vier controles die de meeste fouten aan het licht brengen:
- Dubbeltelling. Staat het aantal weergaven per sessie verdacht hoog, of ziet u bij Realtime twee gebeurtenissen per paginaweergave, dan laadt de code twee keer. Terug naar stap 1.
- Verwijzingen naar uzelf. Verschijnt uw eigen domein in het verkeersbronnenrapport, dan gaat er een omleiding mis, bijvoorbeeld via een betaalpagina.
- Betaalproviders als bron. Bij webshops zorgen Mollie, Buckaroo of PayPal er anders voor dat elke bestelling als nieuwe sessie telt. Voeg ze toe aan de lijst met uitgesloten verwijzingen.
- Doelen. Zonder ingestelde gebeurtenissen weet u wel hoeveel bezoekers er zijn, maar niet hoeveel er iets doen. Markeer minimaal het versturen van uw contactformulier en een klik op uw telefoonnummer als sleutelgebeurtenis.
Wat u er daarna mee doet
Analytics is geen doel op zich. Voor een gemiddelde mkb-website zijn drie getallen genoeg om maandelijks naar te kijken: hoeveel bezoekers, waar komen ze vandaan, en hoeveel van hen doen iets wat u wilt (formulier, telefoonklik, bestelling). De rest is vooral interessant als u een concrete vraag heeft.
Wat Analytics níét doet, is u vertellen hoe Google uw site ziet: welke zoekopdrachten mensen intypen, welke pagina’s geïndexeerd zijn en of er technische problemen zijn. Daarvoor koppelt u Search Console aan uw website; die twee vullen elkaar aan.
Blijkt uit de cijfers dat mensen halverwege afhaken op mobiel, dan zit de oorzaak vaak in laadtijd of in een formulier dat op een kleine telefoon niet prettig werkt. Dat is het moment om verder te kijken dan de statistieken. Wilt u de instelling en de maandelijkse controle niet zelf doen, dan hoort dit type werk bij het beheer van uw website thuis; wij nemen het in de maandrapportage mee, en andere partijen doen dat op hun manier ook.
Praktijkvoorbeeld
Een makelaarskantoor in Alkmaar rapporteerde intern al twee jaar met bezoekersaantallen die niemand vertrouwde. Bij het uitzoeken bleken er drie meetcodes actief: één in het thema, één via een oude SEO-plugin en één via Tag Manager. Alle drie stuurden naar dezelfde property.
Na het verwijderen van twee codes daalde het gemeten bezoek met ruim de helft. Dat voelde als slecht nieuws, maar het was het eerste getal dat klopte. Belangrijker: met correcte cijfers bleek dat de meeste aanvragen binnenkwamen via twee specifieke wijkpagina’s, wat de basis werd voor de rest van hun aanpak.
Tot slot
Doe deze week één ding: open uw homepage, druk op Ctrl+U en zoek op “G-“. Vindt u meer dan één meet-ID, dan heeft u al een concrete taak. Vindt u er precies één, controleer dan in Realtime of hij ook echt meet. Beter één betrouwbaar getal dan een dashboard vol cijfers waar niemand op durft te sturen.



