Er is één plek op uw website waar bezoekers letterlijk opschrijven wat ze zoeken en niet kunnen vinden: het zoekvak. Zoekopdrachten op uw eigen website zijn daarmee de eerlijkste terugkoppeling die u krijgt, eerlijker dan een enquête en directer dan bezoekcijfers. En bij de meeste sites wordt er niets mee gedaan, simpelweg omdat niemand weet waar die gegevens staan.
In dit artikel leest u hoe u ze vastlegt, hoe u ze leest en welke concrete wijzigingen eruit voortkomen. Reken op een uur voor het instellen en daarna een kwartier per kwartaal.
Waarom dit anders is dan Google-cijfers
Wat mensen bij Google intypen om op uw site te komen, ziet u in Search Console. Dat is nuttig, maar het is de vraag van iemand die u nog niet kent. Wat iemand op uw site zelf intypt, is de vraag van iemand die al binnen is en er niet uitkomt.
Dat verschil maakt de gegevens waardevol:
- De bezoeker is al geïnteresseerd; hij is niet aan het rondkijken maar aan het zoeken.
- Hij gebruikt zijn eigen woorden, niet die van uw branche. Als klanten “afzuigkap schoonmaken” typen terwijl u het over “reiniging van dampafvoersystemen” heeft, weet u dat meteen.
- Een zoekopdracht zonder resultaat is een gemiste kans die u kunt tellen.
Bij webshops is dit effect het sterkst. Iemand die een productnaam intypt en niets vindt, verlaat de site vrijwel altijd. Bij dienstverleners is het subtieler maar even bruikbaar.
Zoekopdrachten op uw eigen website vastleggen
WordPress heeft een ingebouwde zoekfunctie, maar bewaart standaard niets van wat er wordt gezocht. U moet het dus ergens laten registreren. Er zijn twee gangbare manieren.
Via uw statistiekenpakket. In Google Analytics 4 heet dit een site search-gebeurtenis. In de standaardinstellingen wordt de zoekterm meestal al opgepikt als uw zoekpagina de gebruikelijke opbouw heeft met een vraagteken en de parameter s. U vindt de gegevens onder de rapporten over gebeurtenissen, bij view_search_results en de bijbehorende zoekterm. Werkt uw site met een andere parameter, dan moet u die eenmalig opgeven. Hoe u het pakket überhaupt aansluit, staat in de uitleg over Analytics op WordPress.
Via een plugin. Er zijn zoekplugins die de opdrachten zelf bijhouden en een overzicht in uw beheerscherm tonen, inclusief het aantal keer dat er geen resultaat was. Dat is voor de meeste ondernemers prettiger te lezen dan een statistiekenpakket. Let wel op twee dingen: zo’n plugin schrijft bij elke zoekopdracht in uw database, wat op drukke sites merkbaar is, en u legt gegevens van bezoekers vast. Zoektermen kunnen persoonsgegevens bevatten als iemand zijn eigen naam of ordernummer intypt, dus zet er een bewaartermijn op en noem het in uw privacyverklaring. Wij zijn geen juristen; laat dat bij twijfel nakijken.
Gebruikt u een externe zoekdienst of een filterfunctie in uw webshop, dan houdt die vaak zijn eigen overzicht bij. Kijk daar eerst, voordat u iets nieuws installeert.
Hoe u de lijst leest
Open het overzicht en sorteer op aantal. Kijk daarna naar drie categorieën.
- Termen die vaak worden gezocht en resultaat opleveren. Dit is wat mensen belangrijk vinden. Als iets in de top vijf staat, verdient het een prominentere plek in uw menu of op uw homepage. Het feit dat mensen ernaar moeten zoeken, betekent dat het te diep zit.
- Termen zonder resultaat. De belangrijkste groep. Ofwel u levert het niet, ofwel u levert het wel maar noemt het anders. In het eerste geval kunt u een korte pagina maken die uitlegt wat u dan wel doet. In het tweede geval voegt u het woord toe aan de bestaande pagina.
- Termen die u verrassen. Vragen over garantie, levertijd, retourbeleid of contactgegevens duiden erop dat die informatie te moeilijk te vinden is. Dat lost u niet op met betere zoekresultaten maar met een betere plek in de navigatie.
Negeer eenmalige rare invoer en zoekopdrachten die uit een aanvalspoging komen, zoals stukjes code. Die zeggen niets over uw bezoekers.
Wat u er concreet mee doet
Een paar wijzigingen die vrijwel altijd uit zo’n analyse volgen:
- Synoniemen toevoegen aan bestaande pagina’s. Als klanten een ander woord gebruiken dan u, zet dat woord er dan gewoon bij in de tekst.
- Een veelgestelde-vragenblok uitbreiden met precies de vragen die in het zoekvak langskomen.
- Uw menu aanpassen. Wat in de top drie van zoekopdrachten staat, hoort niet drie klikken diep te zitten.
- Uw zoekresultatenpagina fatsoeneren. Standaard toont WordPress een kale lijst. Zorg dat er bij nul resultaten een nuttige boodschap staat met een verwijzing naar uw contactpagina in plaats van alleen “niets gevonden”.
- Productnamen aanvullen met merknaam, typenummer en de gangbare spreektaalvariant.
Werkt de ingebouwde zoekfunctie zelf slecht, dan is dat een apart probleem. WordPress zoekt standaard alleen in titels en inhoud, niet in productkenmerken of bijlagen. Wat daar aan de hand kan zijn, leest u in het artikel over een haperende zoekfunctie.
Wanneer dit niets oplevert
Eerlijk is eerlijk: op een site met vijf pagina’s en tweehonderd bezoekers per maand levert dit niets op. Er wordt dan nauwelijks gezocht, en de conclusies die u uit vier zoekopdrachten trekt, zijn toeval.
De grens ligt grofweg bij sites met tientallen pagina’s of een webshop met meer dan een handvol producten. Daaronder is uw menu belangrijker dan uw zoekfunctie, en kunt u uw tijd beter besteden aan het opschonen van de navigatie.
Heeft u wel voldoende verkeer, dan is dit een van de weinige analyses waarbij u binnen een uur iets vindt dat u dezelfde week kunt aanpassen. Bij WebMaintor nemen we dit overzicht mee in de kwartaalrapportage van klanten met veel content, juist omdat het zo concreet is. Of u het zelf bekijkt of het laat meelopen in periodieke ondersteuning op uw site, maakt voor de uitkomst niet uit.
Concrete volgende stap: kijk of uw site überhaupt een zoekvak heeft en of er iets wordt bijgehouden. Wordt er niets vastgelegd, dan is dat instellen de klus van vandaag.



