De meeste storingen die wij zien, ontstaan doordat er iets werd bijgewerkt zonder dat iemand wist wat het effect zou zijn. Dat is te voorkomen met een WordPress lokale kopie: dezelfde site, op uw eigen computer, waar u alles mag stukmaken. Wat daar goed gaat, gaat op de echte site vrijwel zeker ook goed.

Het opzetten kost een uur, de eerste keer misschien twee. Daarna is een kopie verversen een kwestie van tien minuten. Hieronder leest u hoe u dat doet, wat u er wel en niet mee test, en wanneer u beter een testomgeving bij uw hosting neemt.

Wat u ermee oplost

Een kopie op uw eigen machine is nuttig voor precies drie dingen, en het helpt om dat scherp te hebben.

  • Updates uitproberen. Een grote versiesprong van een paginabouwer of een webshopplugin voert u eerst hier uit. Breekt de opmaak, dan weet u dat voordat uw klanten het zien.
  • Nieuwe plugins beoordelen. Installeren, kijken wat het doet, en weer weggooien zonder resten achter te laten op de echte site.
  • Foutmeldingen naspelen. U kunt hier de foutmodus aanzetten en uitgebreide logboeken bekijken, wat op een live site onverstandig is omdat bezoekers technische meldingen te zien krijgen.

Wat het niet oplost: prestaties meten. Uw computer is sneller of trager dan de server, en de netwerkomstandigheden zijn anders. Een pagina die lokaal in een halve seconde laadt, kan online drie seconden nodig hebben. Snelheid meet u altijd op de echte omgeving.

Wat u nodig heeft

U zet lokaal een kleine webserver neer met PHP en een database. Er zijn kant-en-klare pakketten die dit in één installatie regelen, zowel voor Windows als voor macOS. Kies er één en houd het daarbij; wisselen tussen pakketten levert alleen verwarring op.

Belangrijk: zet de lokale omgeving op dezelfde PHP-versie als uw echte site. Test u op 8.2 terwijl uw hosting op 8.0 draait, dan test u iets anders dan wat er straks gebeurt. Diezelfde regel geldt voor de versie van de database.

Reken op ongeveer een gigabyte schijfruimte per site, meer als u veel afbeeldingen heeft. Wilt u alleen updates testen, dan kunt u de mediamap grotendeels overslaan; dat scheelt tijd en ruimte.

Een WordPress lokale kopie ophalen en neerzetten

De eenvoudigste route loopt via een migratieplugin die de hele site in één pakket zet. U installeert die plugin op de echte site, maakt een pakket aan, en importeert dat in uw lokale installatie. Voor sites tot een paar gigabyte werkt dat prima.

Handmatig kan ook, en is bij grote sites vaak betrouwbaarder:

  1. Haal alle bestanden op via SFTP of via het bestandsbeheer van uw hosting.
  2. Exporteer de database naar een bestand.
  3. Maak lokaal een lege database aan en importeer dat bestand.
  4. Pas de gegevens in het configuratiebestand aan naar uw lokale database.
  5. Vervang in de database het echte adres door het lokale adres, met gereedschap dat rekening houdt met opgeslagen gegevensblokken.

Die laatste stap is de enige waar het echt fout kan gaan. Vervangt u de tekst met een gewoon zoek-en-vervangcommando, dan raken de instellingen van sommige plugins beschadigd, omdat daarin de lengte van de tekst is meegeschreven.

Drie dingen die u meteen uitzet

Een kopie is een volwaardige site die denkt dat hij echt is. Voordat u iets test, zet u dit uit, anders gaan er berichten naar uw klanten of naar uw betaaldienst.

  1. Uitgaande mail. Gebruik een plugin die alle mail onderschept of vangt in een logboek. Zonder deze stap stuurt een testbestelling gewoon een bevestiging naar de klant.
  2. Betaalkoppelingen. Zet ze op testmodus of schakel ze helemaal uit. Ook een koppeling met boekhouding of voorraadbeheer zet u uit.
  3. Zoekmachines en statistieken. Een lokale kopie is niet van buiten bereikbaar, maar uw meetcode telt wel mee zodra u hem later ergens online zet. Haal het meetnummer eruit.

Zet daarnaast een duidelijke aanwijzing op het scherm, bijvoorbeeld een gekleurde balk of een aangepaste sitenaam. Iedereen werkt een keer per ongeluk in de verkeerde omgeving, en dat wilt u binnen twee seconden zien.

Wat u test na een update

Werk de plugins bij in de kopie en loop daarna een vast rondje. Voorpagina, een dieper gelegen pagina, een pagina met een formulier, de zoekfunctie, het beheerscherm en de bewerkingsschermen van een pagina en een bericht. Heeft u een webshop, dan ook een product, de winkelwagen en de afrekenstap tot aan de betaalkeuze.

Zet tijdens dat rondje de foutmodus aan en kijk in het logbestand. Meldingen die op de echte site verborgen blijven, ziet u hier wel, en die vertellen u vaak welke plugin zich vreemd gedraagt. Wat er verder in zo’n controlelijst hoort, staat in het artikel over het terugzetten van een back-up, want testen en terugzetten grijpen op elkaar in.

Lokaal of toch een testomgeving bij de hosting?

Een lokale kopie is gratis, snel en volledig van u. Nadelen: de omgeving lijkt nooit precies op de server, u kunt niets aan een collega laten zien zonder schermdeling, en het bijwerken van de kopie is handwerk.

Een testomgeving bij uw hosting draait op dezelfde machine, met dezelfde instellingen, en is met een link te delen. Dat is meer waard zodra er meerdere mensen meekijken of zodra u een webshop heeft. Het verschil tussen beide vormen staat uitgelegd in de uitleg over wat een staging-omgeving doet.

Voor de meeste zelfstandigen is lokaal genoeg. Wordt de site belangrijker, dan groeit u vanzelf naar een testomgeving toe. Bij WebMaintor draaien de risicovolle updates standaard eerst op een kopie voordat ze in het maandelijkse onderhoudsritme op de echte site landen; dat is de reden dat er zelden een verrassing overblijft.

Concrete volgende stap: installeer vandaag een lokaal serverpakket en zet er één kopie van uw site in. De eerstvolgende keer dat u twijfelt over een update, heeft u die twijfel binnen tien minuten weggenomen.