Als u de pluginlijst van uw website opent, staan er waarschijnlijk meer dan u dacht. Een slider die niet meer op de homepage staat. Twee SEO-plugins. Iets met “backup” in de naam dat in 2022 is uitgeschakeld. Een plugin die de vorige webbouwer installeerde en waarvan niemand weet wat hij doet. Ze staan er, ze doen mee, en niemand durft eraan te komen.
Toch is WordPress plugins opruimen een van de nuttigste onderhoudsklussen die er zijn. Elke plugin die er niet toe doet, is een stukje code dat updates nodig heeft, een lek kan bevatten en de site trager kan maken. In dit artikel leggen we uit waarom het loont, hoe u bepaalt wat weg kan, en in welke volgorde u het doet zonder iets te slopen.
Waarom een uitgeschakelde plugin niet onschuldig is
Het grootste misverstand is dat een gedeactiveerde plugin geen kwaad kan. Uitschakelen betekent alleen dat WordPress de code niet meer uitvoert. De bestanden staan nog op de server, zijn nog bereikbaar, en als er een kwetsbaarheid in zit, kan die in sommige gevallen nog steeds worden misbruikt. Daarnaast worden inactieve plugins vaak vergeten bij updates, zodat ze na een jaar hopeloos verouderd zijn.
Actieve plugins die u niet nodig heeft, zijn nog vervelender. Ze laden hun scripts en stylesheets op elke pagina, ook waar ze niets doen. Ze voegen tabellen toe aan de database. Ze draaien geplande taken op de achtergrond. Vijf overbodige plugins merken uw bezoekers meestal niet; vijftien wel.
En dan is er het onderhoud zelf: elke plugin is een regel in de updatelijst, een mogelijke conflictbron en een licentie om in de gaten te houden. Minder plugins betekent letterlijk minder werk, elke maand opnieuw.
WordPress plugins opruimen: eerst inventariseren
Verwijder niets voordat u weet wat u verwijdert. Maak een lijst, op papier of in een spreadsheet, met per plugin drie kolommen: wat doet hij, wordt hij gebruikt, en wanneer is hij voor het laatst bijgewerkt. Voor die eerste kolom helpt het om in de pluginlijst op “Details bekijken” te klikken; de beschrijving zegt vaak genoeg.
Verdeel de lijst daarna in vier groepen:
- Zeker nodig. Formulieren, cache, beveiliging, SEO, WooCommerce en de plugins die daar direct bij horen. Deze blijven.
- Dubbel. Twee plugins die hetzelfde doen. Twee SEO-plugins, twee cacheplugins, twee plugins die afbeeldingen comprimeren. Kies er één en noteer de ander als “weg”.
- Ooit nuttig, nu niet meer. De slider die niet meer wordt getoond, de plugin voor een actie die in 2023 afliep, de importtool van de verhuizing. Weg.
- Onbekend. U weet niet wat hij doet. Nog niet verwijderen; eerst uitzoeken. Zoek de naam op, kijk of er ergens een instellingenpagina van is, of vraag het aan degene die hem heeft geïnstalleerd.
Let bij de kolom “laatst bijgewerkt” op plugins die al meer dan een jaar stilliggen. Ook als u ze gebruikt, zijn dat kandidaten om te vervangen. Hoe u een verlaten plugin herkent, staat in de checklist over verlaten plugins.
Het stappenplan voor veilig verwijderen
- Maak een back-up. Bestanden én database. Sommige plugins ruimen bij het verwijderen hun eigen tabellen op; als dat de verkeerde plugin blijkt, wilt u terug kunnen.
- Deactiveer, verwijder nog niet. Schakel de plugins uit de groepen “dubbel” en “ooit nuttig” uit, één voor één of in kleine groepjes. Bekijk na elk groepje de site: homepage, een paar binnenpagina’s, het formulier, en bij een shop de winkelwagen.
- Wacht een week. Sommige functies gebruikt u niet dagelijks. Een plugin die de facturen van de maand genereert, mist u pas aan het eind van de maand. Laat de site een week draaien met de plugins uit en let op of iemand iets meldt.
- Verwijder definitief. Is er niets misgegaan, verwijder dan de gedeactiveerde plugins via “Verwijderen” in de pluginlijst. Dat haalt de bestanden echt weg.
- Ruim de restanten op. Veel plugins laten bij het verwijderen hun instellingen en tabellen in de database staan. Een plugin voor databaseonderhoud kan verweesde tabellen tonen; verwijder alleen tabellen waarvan u zeker weet bij welke verwijderde plugin ze hoorden.
- Werk uw documentatie bij. Noteer wat u heeft verwijderd en waarom. Over een jaar vraagt iemand waar die ene functie is gebleven.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een tandartspraktijk in Breda had 41 plugins actief op een site van twaalf pagina’s. De site was in de loop van zes jaar door drie verschillende bureaus onderhouden, en elk bureau had zijn eigen favorieten toegevoegd zonder de vorige te verwijderen. Er stonden drie plugins voor contactformulieren op, waarvan er één daadwerkelijk werd gebruikt, en twee plugins voor Google Analytics die allebei een meetcode laadden, zodat elk bezoek dubbel werd geteld.
Na de inventarisatie bleven er 17 over. Wat er weg ging, werd in twee rondes gedeactiveerd, met een week ertussen. Niets brak. De laadtijd van de homepage ging in onze meting van ruwweg vier naar twee seconden, zonder verder iets aan snelheid te doen. De maandelijkse updatelijst halveerde. En de praktijkmanager wist voor het eerst wat elke plugin deed.
Wat u zelf kunt doen en wanneer u hulp inschakelt
De inventarisatie en het deactiveren van duidelijk overbodige plugins kunt u prima zelf. Wees voorzichtiger bij plugins die met de structuur van de site te maken hebben: page builders, plugins die eigen berichttypen toevoegen (zoals een portfolio of een teampagina), en alles rond WooCommerce. Die verwijderen kan inhoud onzichtbaar maken die nog wel in de database staat. Wilt u zo’n plugin vervangen door iets lichters, lees dan eerst hoe u een plugin veilig vervangt.
Twijfelt u over de groep “onbekend”, of staat er een plugin op waarvan het verwijderen een foutmelding oplevert, dan is dat een goed moment om iemand mee te laten kijken. Het opruimen van plugins is ook een vast onderdeel van een goed onderhoudsabonnement; bij WebMaintor doen we het bij de start en daarna elk kwartaal. Maar ook als u het eenmalig zelf doet, is de winst blijvend: minder updates, minder risico, en een lijst waar u niet meer tegenop ziet.


