Een ondernemer stuurt een schermafdruk: 87 punten, oranje balkje. Of dat beter kan. Het korte antwoord is ja, het nuttige antwoord is: waarschijnlijk moet u dat niet willen. De vraag of een pagespeed score van 100 nodig is, komt bijna wekelijks langs, en het antwoord verklaart meteen waarom sommige optimalisatietrajecten zoveel geld kosten voor zo weinig merkbaar effect.

Dit is een stuk met een mening erin. Ik onderbouw hem, en ik zeg er ook bij wanneer die 100 wél zinvol is.

Wat een PageSpeed-score van 100 eigenlijk meet

PageSpeed Insights doet twee dingen tegelijk, en dat wordt vaak door elkaar gehaald. Het onderdeel dat de meeste aandacht krijgt is een laboratoriumtest: uw pagina wordt eenmalig geladen op een gesimuleerde middenklassetelefoon met een kunstmatig vertraagde verbinding. Daar rolt een cijfer uit tussen 0 en 100.

Dat cijfer is een gewogen gemiddelde van vijf meetwaarden, waarvan het moment waarop het grootste element zichtbaar wordt en de reactiesnelheid op invoer het zwaarst wegen. Het is dus geen meting van uw laadtijd, maar een puntentelling.

Het tweede onderdeel staat er meestal boven en is veel interessanter: gegevens van echte bezoekers uit Chrome, verzameld over achtentwintig dagen. Dat blok zegt wat uw bezoekers werkelijk ervaren, en dat is het enige deel waar Google in zijn rangschikking naar kijkt. Wat die drie waarden betekenen, staat in de uitleg over de Core Web Vitals.

Waarom die laatste punten zo duur zijn

De weg van 40 naar 80 punten loopt via werk dat u sowieso zou willen doen: afbeeldingen verkleinen, caching aanzetten, overbodige plugins weghalen, een lichter thema. Zichtbaar effect, beperkte kosten, geen risico.

De weg van 90 naar 100 loopt via ingrepen die technisch veel dieper gaan: kritieke opmaak apart inladen, alle scripts van derden uitstellen, lettertypen anders bezorgen, en soms delen van uw site herbouwen. Dat is specialistenwerk, het is fragiel, en de winst voor de bezoeker is vaak een tiende seconde.

Erger nog: sommige van die ingrepen breken dingen. Uitgestelde scripts die net te laat komen zorgen voor een winkelwagen die soms niet reageert. Vandaar dat wij die laatste punten alleen aanraden als er een concreet belang tegenover staat. Hoe dat mis kan lopen, is te zien in het verhaal over gestapelde optimalisatieplugins.

Twee ongemakkelijke waarheden over het getal

De score schommelt. Meet u drie keer achter elkaar, dan krijgt u drie uitkomsten die tien punten uit elkaar kunnen liggen. Dat komt door wisselende belasting op de meetservers. Wie op één meting stuurt, stuurt op ruis.

Een hoge score garandeert geen snelle beleving. Een pagina kan 98 punten halen en toch traag aanvoelen doordat er na het laden een chatvenster inklapt of een cookiemelding het scherm overneemt. Omgekeerd kan een pagina met 72 punten prima aanvoelen omdat de tekst er direct staat.

De bezoeker beoordeelt uw site op één vraag: kan ik doen wat ik kwam doen, zonder te wachten. Dat is geen puntenkwestie.

Er is nog een reden om voorzichtig te zijn met dat cijfer: het nodigt uit tot vergelijken met de verkeerde sites. Een concurrent met 96 punten heeft vaak simpelweg minder op zijn pagina staan, geen webshopfunctie en geen boekingsmodule. Dat is geen prestatie maar een andere opdracht. Vergelijk uzelf dus met uw eigen meting van vorig kwartaal, en niet met een schermafdruk uit een verkoopmail. Die laatste komt trouwens vrijwel altijd van een desktopmeting, waar de punten nu eenmaal makkelijker binnenkomen.

Welke getallen wel de moeite waard zijn

Stuur liever op de drie waarden uit het veldgedeelte, en op deze grenzen:

  1. Grootste element zichtbaar binnen 2,5 seconden voor driekwart van uw bezoekers. Dit is de belangrijkste.
  2. Reactietijd op de eerste interactie onder de 200 milliseconden. Merkbaar bij menu’s en filters.
  3. Nauwelijks verschuivende inhoud, uitgedrukt in een waarde onder de 0,1. Dit voorkomt de misklikken die uw bezoekers irriteren.

Staan die drie in het groen, dan is uw site snel genoeg, ongeacht of het cijfer 82 of 96 is. Blijft u aan de puntenteller trekken terwijl het veldgedeelte al goed staat, dan optimaliseert u voor een meetinstrument in plaats van voor een klant.

Wanneer die 100 wél verdedigbaar is

Er zijn situaties waarin de jacht op de laatste punten wel loont:

  • Grote webshops waar een tiende seconde over honderdduizenden bezoeken meetbaar in omzet doorwerkt. Daar zijn de cijfers hard genoeg om de investering te rechtvaardigen.
  • Landingspagina’s voor betaald verkeer, waar u per klik betaalt en elke afhaker direct geld kost.
  • Nieuwbouw. Tijdens het bouwen kost het bijna niets extra om het meteen goed te doen. Achteraf repareren is veel duurder.
  • Sites voor een publiek op trage verbindingen, bijvoorbeeld in buitengebieden of bij een internationaal publiek.

Voor een adviesbureau met vijftig bezoekers per dag is dat verhaal anders. Daar is de tijd beter besteed aan een betere teksten of een duidelijker contactformulier.

Let er ook op dat een investering in die laatste punten onderhoud met zich meebrengt. Kritieke opmaak die apart is klaargezet, moet opnieuw worden bepaald zodra uw ontwerp wijzigt. Uitgestelde scripts moeten opnieuw worden getest na elke update van uw formulier- of webshopplugin. Wie die laatste punten wil vasthouden, tekent dus voor terugkerend werk, en dat hoort in de begroting te staan voordat u begint.

Wat wij in de praktijk aanhouden

Bij WebMaintor mikken we op een mobiele score tussen de 80 en 95 en op drie groene veldwaarden. Dat is haalbaar zonder ingrepen die later stukgaan, en het houdt de site onderhoudbaar voor de volgende die eraan werkt. Die afweging tussen wat meetbaar is en wat houdbaar is, zit standaard in een aanpak waarin we per ingreep de winst tegen het risico wegen.

Concrete volgende stap: kijk in PageSpeed Insights niet naar het cijfer, maar naar het blok met gegevens van echte gebruikers bovenaan. Staat daar dat u de beoordeling doorstaat, dan mag u die schermafdruk met 87 punten met een gerust hart wegklikken.