Wie klaagt over een trage website krijgt vaak hetzelfde advies: neem betere hosting. Soms klopt dat, maar lang niet altijd. Het verschil tussen vps of shared hosting, snelheid gemeten bij de bezoeker, is namelijk veel kleiner dan de prijsverschillen doen vermoeden, en het hangt volledig af van wat uw site doet.

Hieronder zet ik de drie gangbare soorten naast elkaar: gedeelde hosting, een eigen virtuele server en managed WordPress-hosting. Niet op specificaties, maar op wat een bezoeker in Groningen op zijn telefoon er daadwerkelijk van merkt.

VPS of shared hosting: snelheid zoals de bezoeker die voelt

Een bezoeker merkt drie dingen. Ten eerste hoe lang het duurt voordat er iets gebeurt na een klik: de wachttijd tot het eerste antwoord van de server. Ten tweede hoe snel de pagina daarna volloopt. Ten derde of de site het volhoudt als er tegelijk twintig mensen op zitten.

Alleen dat eerste en dat derde punt hebben rechtstreeks met uw hostingpakket te maken. Het tweede punt gaat over afbeeldingen, scripts en uw thema, en daar verandert een duurdere server bijna niets aan. Dat is meteen de belangrijkste nuance van dit hele stuk: als uw startpagina 4 MB aan foto’s laadt, blijft hij traag op een server van 200 euro per maand.

Een handige vuistregel: is de wachttijd tot het eerste antwoord onder de 400 milliseconden, dan is uw server niet uw probleem. Zit u structureel boven de 800 milliseconden, dan wel. U leest dat getal af in vrijwel elke meettool, meestal onder de noemer reactietijd van de server of tijd tot eerste byte.

Gedeelde hosting: goedkoop en vaker goed dan gedacht

Bij gedeelde hosting staat uw site samen met tientallen tot honderden andere sites op één machine. U betaalt grofweg vijf tot vijftien euro per maand. Het slechte imago komt uit de tijd dat providers pakketten stapelden tot de machine kraakte; bij nette Nederlandse partijen is dat allang niet meer de norm.

Voor een bedrijfssite met een paar honderd bezoekers per dag, een contactformulier en een blog is gedeelde hosting prima. Het wordt problematisch als:

  • u een webshop draait waar bestellingen en accounts caching onmogelijk maken;
  • u regelmatig pieken heeft, bijvoorbeeld na een nieuwsbrief of een radiospot;
  • u zware achtergrondtaken heeft, zoals een koppeling die elk kwartier voorraad synchroniseert;
  • de buren op uw server te veel opeisen, waardoor uw site meebeweegt met hun drukte.

Dat laatste is het echte risico. U merkt het aan wisselende laadtijden zonder dat u iets heeft veranderd: ‘s ochtends vlot, ‘s middags stroperig. Er zijn ook andere bezwaren dan snelheid, die staan in de uitleg over meeliften op een gedeelde server.

Een VPS: meer controle, meer verantwoordelijkheid

Bij een virtuele privéserver krijgt u een afgeschermd deel van een machine, met vast toegewezen geheugen en rekenkracht. Prijzen beginnen rond de twintig à dertig euro per maand voor iets bruikbaars. De winst zit niet in topsnelheid maar in voorspelbaarheid: uw site reageert ‘s middags net zo snel als ‘s nachts.

De keerzijde wordt vaak vergeten. Een kale VPS is een lege server. Iemand moet het besturingssysteem bijwerken, de webserver instellen, certificaten vernieuwen en in de gaten houden of het geheugen niet volloopt. Doet niemand dat, dan heeft u binnen een jaar een verouderde machine die trager én onveiliger is dan de gedeelde hosting die u verliet. Reken op enkele uren beheer per maand, of op een beheerd pakket waarin dat is inbegrepen.

Een VPS is dus zinvol als u eigen software draait, meerdere sites bundelt, of specifieke eisen heeft die een standaardpakket niet aankan. Puur voor snelheid is het zelden de goedkoopste route.

Managed WordPress: u betaalt voor het weglaten van werk

Managed hosting is gedeelde of geclusterde hosting waarop alles al is ingericht voor WordPress: caching op serverniveau, dagelijkse back-ups, een testomgeving, en support die uw beheerscherm kent. Prijzen liggen ruwweg tussen de vijfentwintig en honderd euro per maand.

Wat u koopt is niet zozeer rauwe snelheid, maar dat de snelle instellingen er al op staan. Op een gemiddelde site levert dat direct twee tot vier tienden van een seconde op, simpelweg omdat de serverzijdige cache beter werkt dan een pluginversie. Ook fijn: bij storingen hoeft u niet uit te leggen wat een child-thema is. Wat er verder wel en niet in zo’n pakket zit, leest u in de toelichting op beheerde WordPress-hosting.

Nadelen zijn er ook: u mag vaak bepaalde cacheplugins niet gebruiken, e-mail zit er meestal niet bij, en u zit vaster aan één partij.

De vergelijking in één alinea per situatie

  1. Bedrijfssite, tot ongeveer duizend bezoekers per dag. Gedeelde hosting bij een fatsoenlijke provider. Investeer uw geld liever in afbeeldingen en een lichter thema.
  2. Webshop tot een paar honderd bestellingen per maand. Managed hosting of een stevig gedeeld pakket met voldoende geheugen. Het afrekenscherm is niet te cachen en vraagt dus echt rekenkracht.
  3. Site met pieken of eigen koppelingen. VPS of managed, mits er iemand is die het beheer doet.
  4. Meerdere sites onder één beheer. Een VPS wordt dan snel voordeliger, maar tel de beheeruren mee in de vergelijking.

Verhuizen is geen kleine ingreep: reken op een halve dag werk plus een dag waarin DNS-wijzigingen doorwerken. Doe het dus om een reden, niet omdat een vergelijkingssite een hoger cijfer gaf.

Meet eerst, verhuis daarna

Voordat u een hoger pakket neemt, is het de moeite waard om te weten waar de tijd blijft. In de meeste gevallen die wij bij WebMaintor onder ogen krijgen, zit twee derde van de laadtijd in de pagina zelf en een derde in de server. Dan levert een optimalisatieronde over uw eigen pagina's meer op dan een duurder abonnement, en houdt u die winst ook nog als u later toch verhuist.

Concrete volgende stap: meet uw serverreactietijd op drie momenten van de dag, bijvoorbeeld om acht uur, om twee uur en om acht uur ‘s avonds. Schommelt die sterk, dan zegt dat meer over uw buren dan over uw pakket, en heeft u een echt argument om te wisselen.