“U heeft 34 plugins, dat is veel te veel.” Het is een van de eerste dingen die een ondernemer te horen krijgt als iemand een blik werpt op zijn WordPress-beheer. Meestal volgt daarop het advies om terug te gaan naar tien, of vijftien, of welk getal de spreker toevallig als grens hanteert.
Wij zijn het daar maar half mee eens. Te veel plugins in WordPress is een reëel probleem, maar het getal zegt vrijwel niets. Wij beheren sites met veertig plugins die in minder dan een seconde laden, en sites met zeven plugins die stroperig zijn en elke maand kapotgaan. Ons standpunt: tel niet, maar weeg. Hieronder leggen wij uit wat wij daarmee bedoelen.
Waarom het aantal een slechte maatstaf is
Een plugin is een stuk code dat op bepaalde momenten wordt uitgevoerd. Een plugin die één regel toevoegt aan uw robots.txt kost bij een normaal bezoek nul milliseconden. Een plugin die bij elke pagina twaalf databaseverzoeken doet, drie stylesheets en vier scripts laadt, en op de achtergrond ook nog elk uur een taak draait, kost bij elk bezoek merkbaar tijd. Op papier zijn dat allebei “één plugin”.
Sterker: sommige goed gebouwde plugins doen alleen iets in het beheer en raken de bezoekerskant nooit. Een plugin die uw beheer opschoont, herstelpunten maakt of redirects beheert, kan gerust blijven staan. Veertig van dat soort plugins zijn onschuldiger dan één slecht gebouwde slider.
Wat wél telt, is de som van wat er per pagina wordt geladen en uitgevoerd. En dat ziet u niet in het aantal, maar in de meting.
De plugins die echt vertragen
In onze ervaring komen dezelfde categorieën steeds terug als het om laadtijd gaat:
- Paginabouwers en hun uitbreidingen. Een paginabouwer plus acht “addon”-pakketten laadt vaak honderden kilobytes aan CSS en scripts op elke pagina, ook waar ze niet worden gebruikt.
- Sliders en carrousels. Zwaar in scripts, zwaar in afbeeldingen, en zelden bekeken.
- Plugins voor sociale media. Deelknoppen, Instagram-feeds, Facebook-widgets: die halen bij elk bezoek gegevens op bij externe partijen.
- Statistiek- en marketingplugins. Elke tracker is een extern script. Vijf trackers zijn vijf keer wachten.
- Beveiligingsplugins met live-verkeersweergave. Handig om te zien, maar het schrijft elk bezoek weg naar de database.
- Plugins die achtergrondtaken draaien. Back-ups, broken link checkers, importscripts: die belasten de server ook als er geen bezoeker is.
- Verlaten plugins. Niet per se traag, maar wel gevaarlijk, en vaak gebouwd voor een oudere PHP-versie waardoor ze fouten geven.
Twee of drie plugins uit deze lijst wegen zwaarder dan twintig kleine hulpplugins bij elkaar.
Zo vindt u de boosdoeners
Gokken is niet nodig. Er zijn drie manieren om te zien welke plugins tijd kosten:
- Query Monitor. Een gratis plugin die per pagina toont welke databaseverzoeken en welke scripts door welke plugin worden veroorzaakt. Kijk bij “Queries by component” en “Scripts”. Verwijder de plugin daarna weer; hij hoort niet op een productiesite te blijven staan.
- Het netwerktabblad van uw browser. F12, tabblad Netwerk, pagina herladen. Sorteer op grootte of duur en kijk in de bestandspaden welke pluginmap erbij hoort. Ziet u /wp-content/plugins/slider-xyz/ tien keer voorbijkomen? Dan weet u genoeg.
- Uitschakelen en meten. Ouderwets maar betrouwbaar: schakel op een staging-omgeving een verdachte plugin uit, meet de laadtijd, schakel hem weer in. Hoe u dat zonder risico doet, leest u in ons stappenplan voor het vinden van een pluginconflict.
Wat u meestal ziet: twee of drie plugins veroorzaken zeventig procent van de vertraging. De rest is ruis.
De vragen die wij stellen bij elke plugin
Bij een snelheidsoptimalisatie lopen wij de pluginlijst niet af met een teller, maar met vier vragen per plugin:
- Wordt de functie nog gebruikt? Verrassend vaak niet. Die pop-upplugin voor de kerstactie van drie jaar geleden staat nog aan.
- Doet het thema of WordPress dit inmiddels zelf? Lazy loading, WebP, sitemaps, blokpatronen: veel functies zijn in de kern terechtgekomen.
- Kan één plugin het werk van drie doen? Drie SEO-hulpjes, twee formulierplugins, een aparte plugin voor Google Analytics en één voor de Facebook Pixel: dat is bijna altijd te consolideren.
- Laadt de plugin zijn spullen alleen waar nodig? Een goede formulierplugin laadt zijn scripts alleen op pagina’s met een formulier. Een slechte laadt ze overal. Bij de laatste kunt u vaak met een instelling of een hulpplugin het laden beperken tot specifieke pagina’s.
Wie nog niet heeft geïnstalleerd maar twijfelt, kan dezelfde afweging vooraf maken. Wij hebben daar vijf vragen voor opgeschreven die u vóór een installatie stelt.
Het tegenargument, en waarom wij het toch anders zien
De verdedigers van een hard maximum hebben een punt: elke plugin is ook een onderhoudsrisico. Meer plugins betekent meer updates, meer kans op een conflict, meer mogelijke lekken. Dat is waar, en het is een reden om kritisch te blijven.
Maar het is een onderhoudsargument, geen snelheidsargument. En ook daar geldt dat het karakter van de plugin zwaarder weegt dan het aantal. Tien plugins van bekende ontwikkelaars, met actieve updates en een grote gebruikersgroep, zijn een kleiner risico dan drie plugins van een onbekende maker die drie jaar niet is bijgewerkt. Een lijst met vijftien plugins die u niet begrijpt, is gevaarlijker dan een lijst met dertig die iemand elke maand naloopt.
Praktijkvoorbeeld: van 41 naar 29, en toch drie keer sneller
Een fictief maar realistisch geval: een groothandel in Zwolle vroeg ons de site sneller te maken en “die veertig plugins terug te brengen”. Na de meting bleek dat vier plugins verantwoordelijk waren voor het grootste deel van de laadtijd: een sliderplugin, een Instagram-feed, een oude plugin voor Google Fonts en een beveiligingsplugin met live-verkeersweergave. De slider werd vervangen door één statische afbeelding, de Instagram-feed verwijderd, de lettertypen lokaal gehost en de live-weergave uitgezet.
Daarnaast gingen acht plugins weg die niets meer deden. De site hield 29 plugins over. De laadtijd op mobiel ging van ruim vier seconden naar iets meer dan een seconde. Niet omdat het aantal daalde, maar omdat de juiste vier weggingen.
Conclusie
Laat u niet gek maken door een getal. Meet welke plugins tijd kosten, stel per plugin de vier vragen, en verwijder wat niets meer doet. Houd wat werkt en goed wordt onderhouden, ook als dat er dertig zijn. En loop de lijst minstens één keer per jaar na, want plugins hebben de neiging zich op te stapelen zonder dat iemand het merkt.



